"Ik was een meisje dat een jongen wilde zijn" — en groeide eroverheen
Stephanie Edmonds was zeven toen ze stopte met meisjeskleding. Zes jaar lang droeg ze alleen jongensspullen, speelde ijshockey en voelde zich vreemd in haar eigen lichaam. Vandaag is ze volwassen, vrouw, en blij dat niemand haar puberteit heeft afgebroken.
Een meisje dat zich niet thuis voelde in meisjeskleren
Op haar zevende rukte Edmonds rokjes en bloemetjesblouses uit haar kast. Ze wilde spijkerbroeken, T-shirts en sneakers. Ze speelde ijshockey, klom in bomen, was liever met jongens dan met meisjes. In de jaren tachtig en negentig was dat een tomboy — vandaag was ze waarschijnlijk binnen een halfjaar bij de genderpoli beland.
"In jongenskleren was ik mezelf."
Edmonds beschrijft hoe ze zich in winkelcentra alleen op haar gemak voelde in de jongensafdeling. De meisjesafdeling voelde als vermomming. Klasgenoten plaagden haar, riepen scheldwoorden, vroegen of ze "echt een meisje" was. Haar ouders deden iets dat in 2026 controversieel is geworden: ze hielden vast aan de werkelijkheid. Je bent een meisje. Je mag dragen wat je wilt. Je hoeft jezelf niet te veranderen.
Wat haar ouders deden — en wat ze nadrukkelijk niet deden
Geen sociale transitie. Geen nieuwe naam. Geen puberteitsremmers. Geen verwijzing naar een psycholoog die "genderverkennend" werk doet. Wel: emotionele steun, duidelijkheid, en de boodschap dat haar voorkeuren oké waren zonder dat haar lichaam ter discussie hoefde te staan.
"Ik was een meisje, maar omdat ik typisch mannelijke activiteiten verkoos, raakte dat mensen in de war."
Dat onderscheid — tussen wat je leuk vindt en wat je bent — is precies wat in de huidige genderzorg is wegonderhandeld. Een meisje dat ijshockey speelt en jeans draagt, krijgt nu te horen dat ze "misschien geen meisje is". Edmonds laat zien wat er gebeurt als volwassenen die verleiding weerstaan: het kind groeit. Het lichaam blijft heel. De voorkeuren blijven, maar de verwarring lost op.
Volwassen worden — als vrouw
Als volwassene is Edmonds nog steeds niet het type voor jurken. Ze houdt van sport, van praktische kleding, van directheid. Maar ze noemt zich vrouw, niet "non-binair" of "transman". Ze schrijft dat ze het heerlijk vindt vrouw te zijn — niet ondanks haar voorkeuren, maar mét.
"Ik draag nog steeds niet graag jurken. Maar ik vind het geweldig om een vrouw te zijn."
Het is een verhaal dat in de Nederlandse genderzorg vrijwel onhoorbaar is geworden. Genderpoli's publiceren geen verhalen over kinderen die "overheen groeien". Onderzoek dat desistance laat zien — 60 tot 90 procent van de kinderen met genderdysforie verzoent zich met hun lichaam in de puberteit, mits niet medisch ingegrepen — wordt weggezet als achterhaald. Tegelijk wordt elk kind dat zich vandaag meldt, behandeld alsof transitie de enige uitweg is.
Waarom dit verhaal ertoe doet
- Tomboys bestaan. Vroeger zonder diagnose. Nu lopen ze direct het medische circuit in.
- Voorkeur voor "jongensspullen" is geen identiteitscrisis. Het is een voorkeur.
- Wachten en steunen is geen passiviteit. Het is de evidence-based optie.
- Ouders die vasthouden aan biologie geven hun kind een uitweg, geen gevangenis.
Voor Nederlandse ouders
Het Cardinal Support Network in de VS verzamelt deze verhalen omdat de Amerikaanse gezondheidszorg ze actief onderdrukt. In Nederland is de situatie niet veel beter: de Dutch Protocol-erfenis maakt het hier moeilijker dan in Zweden, Finland, Engeland of Denemarken om te erkennen dat medische transitie bij minderjarigen meer schaadt dan helpt. Wie als ouder twijfelt, vindt bij Transouders.nl ouders die hetzelfde meemaakten.
Bron-essay: Stephanie Edmonds, "I Was a Girl Who Wanted to Be a Boy... But I Grew Out of It." Gepubliceerd via Restore Childhood en aanbevolen door Cardinal Support Network.